Feedback betekent: terugkoppeling.
Collega’s laten groeien, dat kan alleen als we met elkaar delen hoe we denken dat het beter kan.
Als je feedback geeft, geef je een ander jouw kijk op zijn gedrag en hoe dat gedrag op jou overkomt. De ander kan daarvan leren. Als jij iets op een andere manier zou doen, kun je ook een vraag stellen: Waarom doe jij iets zo?
Andersom geldt precies hetzelfde: anderen kunnen hun kijk op jouw gedrag geven en vertellen hoe dit op hen overkomt. Daar kun jij van leren. Feedback is dus een soort kijkje naar binnen. Deze openheid is goed voor de relatie. Door het uitwisselen van hoe je elkaar ziet, raak je beter op de hoogte van wat de ander een goede en prettige manier van samenwerken vindt.
Er zijn twee soorten feedback:
- Positieve feedback is feedback op gedrag dat de gever effectief, nuttig of prettig vindt (ook wel compliment genoemd). Het doel van de feedback is dat de ander het positieve gedrag in stand houdt of zelfs vaker gaat laten zien.
- Negatieve feedback gaat over iets dat de gever ongewenst, ineffectief of onprettig vindt. Het is heus niet de bedoeling dat je op je donder krijgt! Het doel dat de ander het benoemde gedrag gaat aanpassen of verminderen.
Wat is feedback NIET?
- Commentaar leveren of kritiek geven.
‘Wat een slechte toespraak’ is bijvoorbeeld geen feedback maar commentaar. Het is een oordeel, niet bedoeld om iets te veranderen. Bij het geven en ontvangen van feedback is altijd de intentie aanwezig dat er iets ten positieve kan worden veranderd of in stand kan worden gehouden.
